Virtuele diefstal

Gebruiksvoorwerpen in een online spel kunnen vatbaar zijn voor diefstal.

Een fanatieke gamer werd door twee jongens met geweld gedwongen om in te loggen op zijn account van een populair online spel en zijn ‘geld’ en de ‘goederen’ af te staan. Een van de jongens logde vervolgens in op een andere computer en eigende zich de virtuele spullen toe.

De gamer deed aangifte bij de politie. De jongens werden vervolgd en door het hof veroordeeld voor diefstal met geweld. Door het hof werd vastgesteld dat de virtuele goederen een reële waarde vertegenwoordigen die kan worden afgenomen.
De zaak kwam voor de Hoge Raad.

De jongens betoogden dat de virtuele objecten geen goederen zijn maar een virtuele illusie, hetgeen niet vatbaar zou zijn voor diefstal. Bovendien zou het juist het doel van het spel zijn om het virtuele bezit van een andere gamer weg te nemen.

De Hoge Raad was het daar niet mee eens. Ook voorwerpen van virtuele aard kunnen worden gestolen en spelregels voorzien niet in het wegnemen van bezit met geweld (HR 31 januari 2012, LJN: BQ9251).