Rashond met gebrek

Een hondenliefhebber kocht van een particulier een pup van het speciaal ras tegen een koopprijs van € 250,-. Het hondje was een dag na de geboorte en ook een dag voor de aankoop klinisch goedgekeurd.

Na ongeveer 6 weken werd de pup ingeënt. Tijdens de voorbereidingen hiervan werd hartruis geconstateerd. Het dier bleek een aangeboren hartafwijking te hebben. De koper nam contact op met de verkoper. Deze wilde de behandeling en verdere dierenartskosten niet betalen. Hij was wel bereid om het dier terug te nemen en het aankoopbedrag terug te geven.

De koper nam hier geen genoegen mee. Hij vorderde schadevergoeding voor de dierenartskosten en wilde ook het aankoopbedrag terug. De verkoper wees de vordering van de hand, omdat de koper ervoor gekozen had om de pup te houden en te laten behandelen.

De koper stapte naar de rechtbank, maar kreeg geen gelijk. Uit de omstandigheden dat de pup kleiner was dan de andere pups en haar borstkas sneller op en neer ging, kon niet worden afgeleid dat de verkoper wist of behoorde te weten dat er sprake was van een aandoening. De verkoper had het bestaan van die aandoening bij honden uit eerdere nesten betwist. Ook de dierenarts had de aandoening niet geconstateerd. Om deze redenen kwam het gebrek niet voor risico van de verkoper (Rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen, 01 februari 2012, LJN: BW1030).