Stallingskosten paard

Moet een eigenaar van een paard stallingskosten betalen, ook als hij meent dat hij het paard verkocht heeft aan de stalhouder en daarna niets meer hoort?

Een eigenaar van een paard had het stallingscontract met de stalhouder beëindigd, maar zijn paard niet opgehaald. Wel had hij het paard aan de stalhouder willen verkopen en daartoe een voorstel gedaan. Er was echter geen overeenstemming bereikt over de koopprijs. Desondanks liet de eigenaar het paard gestald staan bij de stalhouder. Pas na ruim anderhalf jaar verkocht de eigenaar het paard aan een derde.

De stalhouder voelt zich gedupeerd en vordert betaling voor de periode dat er weliswaar geen stallingscontract was, maar hij wel het paard verzorgd heeft. Maar de eigenaar bestrijdt kosten verschuldigd te zijn. Hij had niets meer gehoord en de stalhouder had hem ook nooit gevraagd het paard op te halen. Bovendien vindt hij dat de stalhouder de kosten had kunnen beperken door het paard elders te stallen. De rechtbank en naderhand het hof zijn het niet met hem eens.

Nu vast staat dat het paard na het einde van het stallingscontract niet is opgehaald door de eigenaar en de stalhouder het paard ook daarna nog onder zijn hoede had, heeft hij (de stalhouder) zich terecht en op redelijke grond ingelaten met het belang van de eigenaar, te weten de verzorging van het paard.

De stalhouder was (op grond van de wet) gehouden om bij de waarneming de nodige zorg te betrachten en om, zodra dit redelijkerwijs mogelijk was, aan de eigenaar verantwoording af te leggen van wat hij had verricht, als ook om rekening te doen van voor de eigenaar uitgegeven (of ontvangen) gelden. Op grond daarvan is de eigenaar gehouden aan de stalhouder de schade te vergoeden die deze als gevolg van de waarneming heeft geleden. En de zaakwaarnemer die heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, heeft recht op een vergoeding met inachtneming van de prijzen die daarvoor ten tijde van de zaakwaarneming gewoonlijk worden berekend.

 (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 15 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3572