Mr C.G. van der Wiel in de Paardenkrant van 19 december 2008

Vastleggen van voorwaarden en afspraken rond paardenhandel is onontbeerlijk

 

Met interesse las ik het artikel van mr Stephan Wensing in de Paardenkrant van 28 november 2008 waarin hij melding maakt van wantoestanden bij koop en verkoop van paarden. Hij spreekt zelfs over oplichting.

Het artikel vangt aan met een korte schets van de situatie waarbij een reeds verkocht en goedgekeurd dressuurpaard niet werd afgenomen. De commissionair zou de koop hebben bevestigd en meermalen hebben toegezegd dat de koopsom betaald zou worden. Maar dat gebeurde niet en de koper bleek niet te traceren.

Een commissionair is een tussenpersoon en kan op vele manieren tussen koper en verkoper staan. Hij kan optreden als bemiddelaar en ervoor zorgen dat koper en verkoper bij elkaar komen. In dat geval ontstaat de koopovereenkomst tussen koper en verkoper.

Hij kan ook in opdracht van anderen op eigen naam (al dan niet voor rekening van anderen) kopen of verkopen. In dat geval kan de overeenkomst ontstaan tussen de commissionair en de verkoper of de commissionair en de koper.

Uit het artikel maak ik op dat verkoper en koper elkaar niet kenden en dat in dit geval sprake moet zijn geweest van een overeenkomst tussen een verkoper en een commissionair. Nu het paard niet werd afgenomen, kwam de commissionair daarmee de overeenkomst niet na.

Al lezende vroeg ik mij af waarom de verkoper de commissionair dan geen termijn had gesteld waarbinnen het paard alsnog moest worden afgenomen en betaald. Waarom wachten en andere geïnteresseerde kopers voorbij laten gaan?

Indien de commissionair een termijn wordt gesteld en hij niet binnen die termijn het paard afneemt en betaalt, is de verkoper weer vrij het paard aan een ander te verkopen.

Of als de termijn was verlengd en inmiddels andere kopers waren afgehouden, waarom niet de commissionair aansprakelijk stellen voor de daardoor geleden schade. De verkoper had immers een overeenkomst met de commissionair. Een partij die een overeenkomst niet nakomt, dient de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden.

Maar het gaat verder, want het artikel vermeldt dat de commissionair zich opzettelijk onjuist heeft uitgelaten over (de gezondheid van) het paard. Het paard zou zijn afgekeurd en daarom niet zijn afgenomen. Het is duidelijk dat de commissionair met een dergelijke uitlating niet alleen het paard tekort doet, maar vooral de handel voor de verkoper onmogelijk maakt. Daarmee brengt hij de verkoper schade toe en dat is onrechtmatig. En hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt,  is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden, aldus de wet.

In feite beschuldigt de commissionair met dergelijke uitlatingen de verkoper van onbetrouwbaarheid. In dat geval is er, naar mijn mening, sprake van laster.

Namelijk, iemand die opzettelijk iemands eer of goede naam aantast (de wet zegt: aanrandt), door een beschuldiging te uiten van een bepaald feit met het kennelijk doel daaraan ruchtbaarheid te geven, maakt zich schuldig aan smaad.

En, zegt de wet, hij die het misdrijf van smaad pleegt wetend dat dat bepaalde feit in strijd met de waardheid is, maakt zich schuldig aan laster.

Beide acties worden gekwalificeerd als misdrijf en zijn strafbaar. En iemand die als gevolg van een dergelijk misdrijf schade lijdt, kan weer op grond van onrechtmatige daad de veroorzaker aansprakelijk stellen.

Kortom, het lijkt erop dat, indien de verkoper op een dergelijke wijze wordt ‘opgelicht’ er wel degelijk mogelijkheden zijn de schade te beperken of te verhalen.

Maar of er nu wel of geen mogelijkheden zijn om achteraf stappen te nemen, ik ben het met mr Wensing eens dat voorkomen beter is dan genezen. Het vooronderzoek van zowel de persoon met wie je voornemens bent zaken te doen als het onderwerp van de zaak, is onontbeerlijk. Oprechtheid blijkt niet alleen uit datgene wat wordt meegedeeld en/of getoond, maar vooral uit datgene wat niet wordt meegedeeld en/of getoond.

Ik verwijs maar weer eens naar de wet die de onrechtmatige daad definieert als “een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Je hebt de wet dus aan je zijde.

Maar hoe toon je nu aan dat sprake is van ‘nalaten’? Iets wat er niet is, kan niet worden getoond. Evenzo belangrijk als het vooronderzoek, is dus het vastleggen van de bevindingen van het vooronderzoek en de op grond daarvan gemaakte afspraken. Was de bepaalde vraag over het paard, wel of niet (positief) beantwoord? Welke afspraak of welke beslissing is naar aanleiding van dat antwoord gemaakt?

Het is zo eenvoudig voor diegene die handelt, of dat nu koper of verkoper is, om de voor hem of haar belangrijke elementen van de koop of verkoop, de zogenaamde voorwaarden, even op papier te zetten. Een pennetje en een papiertje, meer is niet nodig. Ervaring leert dat nu juist het nalaten daarvan, naderhand leidt tot onwenselijke situaties.

Er zijn professionele verkopers, zoals de leden van de Verenigde Sportpaardenhandel Nederland (VSN), die op eigen initiatief de afspraken schriftelijk vast leggen. Dat is een stap in de goede richting. En dat is wat de branche van paardenhandel nodig heeft. Een aanpak die getuigt van correct zaken doen en af willen van het (voorheen) zo slechte imago van paardenhandelaar. Maar de weg daarheen is lang en dient door beide partijen, dus zowel door koper als door verkoper, geduldig en serieus te worden afgelegd.